Sri Lanka rondreizen

KLM Werelddeal Weken naar Sri Lanka
Korting tot 100 p.p.
Reserveren heden t/m 24 september 2018. Reizen van 6 september-13 december 2018 en 27 december 2018-30 juni 2019. Kortingen zijn verwerkt in de reissom.

Onuitwisbare indrukken

sri lanka, algemeen, trein (4).jpg
Sri Lanka, reizen per trein
sri lanka, algemeen, elephants.jpg
Sri Lanka, olifanten
sri lanka, trincomalee, nilaveli beach.jpg
Sri Lanka, strand Trincomalee
sri lanka, algemeen, spices.jpg
Sri lanka, spices
sri lanka, nuwara eliya, theeplantages (1).jpg
Sri Lanka, theeplantages
sri lanka, polonaruwa, ruines.jpg
Ruines van Polonnaruwa
Adam's Peak
Anuradhapura
Batticaloa
Colombo
Dambulla
Ella
Galle
Horton Plains / World's End
Jaffna
Kalpitiya
Kandy
Kataragama
Mannar Island
Mihintale
Negombo
Minneriya en Kaudulla National Park
Sinharaja Rainforest National park
Udawalawe National Park
Wilpattu National Park
Yala National Park
Nuwara Eliya
Polonnaruwa
Sigiriya
Stranden oostkust
Stranden westkust
Stranden zuidkust en zuidwestkust
Trincomalee
Terug naar boven
Sri Lanka landkaart

Sri Lanka Highlights, onuitwisbare indrukken

De highlights van Sri Lanka zijn talrijk en overweldigend. Zo talrijk dat we de, volgens HelloBeautifulWorld, belangrijkste voor u hebben geselecteerd. Hier heeft u een indrukwekkend overzicht van de bezienswaardigheden van Sri Lanka. Een geweldige mix van 2500 jaar beschaving, 600 jaar koloniaal verleden, indrukwekkende natuur en prachtige stranden. In Sri Lanka ziet u prachtige tempel- en ruïnesteden uit een groots en ver verleden. Overal in het land treft u resten van ooit bloeiende tempels, nu vaak overwoekerd door de allesoverheersende natuur. Ultiem exponent van dat rijke verleden is het paleis van Sigirya, bovenop de steil uit het landschap oprijzende Leeuwenrots. Tot de top van bezienswaardigheden hoort ook Kandy, de oude koningsstad met de beroemde Tempel van de Tand. Tot de highlights van Sri Lanka behoren ook de indrukwekkende en soms bizarre religieuze festivals rond Adam’s Peak en Kataragama. Nergens op de wereld kom je dichter bij het Afrikaanse safarigevoel dan in de Nationale Parken van Sri Lanka. Highlights op safari zijn de grote aantallen olifanten, de moeilijk te spotten luipaard en de talloze prachtige vogelsoorten. Passen alle onderstaande highlights in uw Sri Lanka rondreis?
lees meer
Adam's Peak
Welke berg wordt als pelgrimage beklommen door zowel boeddhisten als hindoes, moslims en christenen? Het is Adam's Peak, de heiligste berg van Sri Lanka. Deze berg is al meer dan 1000 jaar een pelgrimsoord. De berg ligt in het natuurreservaat Peak Wilderness en behoort sinds 2010 tot het wereldnatuurerfgoed van UNESCO. Met zijn 2.243 meter is het niet eens de hoogste berg van Sri Lanka, dat is de Pidurutagala (2.524 m.). In december komen pelgrims van alle vier de wereldgodsdiensten vreedzaam samen op Adam's Peak. Boeddhisten, hindoes, moslims en christenen klimmen allemaal deze berg op, elk om zijn eigen reden. Boeddha zou namelijk hier zijn voetafdruk hebben achtergelaten! De Sri Lankaanse naam voor de berg luidt 'Sri Pada', dat betekent 'heilige voetafdruk'. Hindoes zien in Boeddha een reïncarnatie van Shiva, een hindoeïstische god. Moslims geloven dat Adam op deze berg de aarde betrad. En de Christenen geloven weer dat het de heilige Thomas was die op deze berg is geweest. Tijdens het pelgrimsseizoen van december tot en met piekmaand februari verlichten lantaarns de weg omhoog. Er is een pad uitgehouwen met maar liefst 4.800 treden. Het mooiste is om de zonsopgang te beleven. Let wel, deze beklimming is alleen weggelegd voor degene met een goede conditie. De trappenklim omhoog duurt circa 2 à 3 uur. U start midden in de nacht, wanneer het winderig en koud kan zijn. De klim is steil en vermoeiend. Warme kleding en goede schoenen zijn noodzaak. In januari en februari, zeker in de weekenden en tijdens de dagen van volle maan ('poya's') bent u zeker niet de enige die Adam's Peak komt beklimmen.
Anuradhapura
De oudste koningsstad van Sri Lanka Anuradhapura, gelegen in de zogenaamde culturele driehoek, zit in bijna al onze rondreizen. In deze driehoek ziet u bijna 2.500 jaar geschiedenis van Sri Lanka. Anuradhapura bestaat uit een oude historische en een moderne stad. De oude stad werd in 400 v. Chr. gesticht en aan het einde van de 10e eeuw weer verlaten. Vanuit Anuradhapura regeerden koningen bijna 1.300 jaar. In deze periode ontstonden er prachtige paleizen, tempels, badhuizen, beeldhouwwerk en lusttuinen. In 993 werd de stad door Tamils verwoest en werden de paleizen en tempels door het oerwoud overwoekerd. Van de oude stad restten nu slechts ruïnes, verspreid over maar liefst 20 km2. Voor boeddhisten is de stad één van de heiligste plaatsen van het eiland. De heilige stad staat sinds 1982 op de werelderfgoedlijst van UNESCO en is met name bekend vanwege de bodhi boom. Volgens de legende werd een loot van de bodhi boom uit Bodhgaya in India, de boom waaronder Boeddha de waarheid en verlichting vond, naar Sri Lanka gebracht en in Anaradhapura in de grond gezet. Deze inmiddels meer dan 2.000 jaar oude boom in de Sri Maha Bodhi tempel wordt al eeuwenlang intens aanbeden door vele boeddhisten, die met de klok mee rond de heilige boom lopen en talloze offers brengen. Ze steken wierook aan en bidden tot Boeddha. Er wordt gezegd dat de bodhi boom de oudste, door mensen geplante, boom ter wereld is. In de oude stad domineert de Ruvanveliseya dagoba met zijn oogverblindende witte bolvorm en vergulde spits. Dagoba's, ook wel stupa's, zijn typerend voor de Zuid-Aziatische boeddhistische tempelbouwkunst. Ze zijn altijd wit van kleur en hebben een halve bolle vorm met een vergulde spits. De dagoba staat op een vierkant terras en is via 4 trappen, voor elke windstreek een trap, toegankelijk. Binnen in de dagoba wordt meestal een relikwie van Boeddha of van een priester bewaard. Soms is het een heel klein fragment van een bot of een heilig geschrift. De Ruvanveliseya dagoba staat midden in Anuradhapura en geldt met zijn 110 meter als één van de hoogste boeddhistische bouwwerken in Azië.
Batticaloa
Batticaloa is een historische havenstad gezegend met stranden en rijke visgronden. Batticaloa heeft de opvallende bijnaam “Het Land van de Zingende Vissen”. Wanneer u tijdens volle maan een bezoek brengt, moet u 's nachts maar eens goed luisteren bij het water. Misschien hoort u een vreemd geruis uit zee komen: volgens de inwoners zijn het vissen die zingen van geluk, zo blij zijn de vissen in Batticaloa. Het overwegend door de Tamils bewoonde Batticaloa ligt op een schiereiland en wordt omringd door lagunes. Vele bruggen en dammen verbinden de stad met het vasteland. Neemt u vooral een kijkje in het Nederlandse fort op een eiland, alleen te bereiken via bruggen. Het fort is misschien niet zo groots als dat in Galle, maar om een andere reden historisch belangrijk. Batticaloa was de eerste plaats in 1602 waar de Hollanders aan wal gingen op Sri Lanka. In de binnenstad van Batticaloa vallen de kleurige kerken op, zoals de felblauwe Our Lady of Sorrows kerk en de Saint Mary kerk. De hindoetempel in het zuiden van het centrum herkent u aan het kleurrijk overvloedige beeldhouwwerk aan de gevel. Wandel over de historische Kallady Brug, in 1936 aangelegd door de Britten als de 'Lady Manning'-brug, naar het schiereiland Kallady met zijn gelijknamige strand en het Navalady strand. En mocht u hier 's avonds zijn bij volle maan; vergeet dan vooral niet naar de zingende vissen van Batticaloa te luisteren.
Colombo
Van vissershaven tot metropool. Van koloniale uithoek tot het politieke en economische kloppende hart van het eiland. Colombo is de dynamische hoofdstad van Sri Lanka. De kleine 8e-eeuwse haven 'Kolomba' werd 1000 jaar geleden al aangedaan door de Arabieren. Chinezen, Portugezen, Hollanders en Britten volgden en hebben allen hun sporen nagelaten in deze smeltkroes. Portugezen en Hollanders bouwden huizen, kerken, hospitalen en een fort. In de historische wijk Fort van Colombo getuigen oude kerken en Victoriaanse gevels van de Britse koloniale tijd. In het Grand Oriental Hotel dompelt u zich onder in nostalgie, geschiedenis en luxe. De straatjes en de steegjes in de bazaarwijk Pettah, pal naast de wijk Fort, zijn onmiskenbaar Aziatisch en doen denken aan een Midden-Oosterse medina: rommelig, druk en met veel sterke geuren van specerijen en voedsel in de kramen. In deze wijk vindt u moskeeën en hindoetempels vlak bij elkaar. Mist u zeker niet de voormalige villa van de Nederlandse gouverneur, nu een museum gewijd aan de VOC-tijd. Aan de hand van historische documenten, foto's, meubels, munten en wapens komt deze periode van bijna 140 jaar tot leven. Ook bijzonder is het prachtig gerestaureerde, voormalige VOC-hospitaal. Wie meer wil leren over de geschiedenis, de kunst en de cultuur van het eiland, die gaat naar het Nationaal Museum in de ambassadewijk Cinnamon Gardens. De naam van deze wijk herinnert nog aan de kaneelplantages die de Nederlanders hier ooit aanlegden in de 18e eeuw. Nu staan er dure villa's en misschien nog een kaneelboom. Het museum neemt u mee op een reis langs alle vormen van ambachtelijke kunsten, zoals houtsnijwerk, bronzen beelden van Boeddha- en hindoegoden, tempelfresco's, koloniale meubels en antieke manuscripten op palmblad. Een hoogtepunt in de collectie is een achthoekige gouden, met juwelen bezette, kroon van één van de laatste koningen van Kandy. Waai 's avonds uit aan de Galle Face Green, de één km lange groene promenade langs de Indische oceaan, die de wijk Fort verbindt met zuidelijke stadsdelen. Gezinnen snoepen wat bij één van de eetstalletjes, kinderen laten vliegers op en verliefde stelletjes zitten op bankjes en genieten van het uitzicht over de oceaan. Aan het einde van deze promenade rijst nog zo'n statig koloniaal hotel op: het majestueuze hotel Regency Galle Face. Het is de ideale plek om te highteaën of de avond af te sluiten met een gin tonic.
Dambulla
Dambulla is beroemd om zijn bijzondere rotstempel met meer dan 150 Boeddhabeelden. De 30 meter hoge Gouden Boeddha kunt u niet missen. Dit beeld, geschonken door Japan, siert het Museum van de Gouden Tempel van Dambulla. De oorsprong van de tempel gaat terug naar 102 v. Chr. toen koning Vatta Gamani, op de vlucht voor Tamils, hier onderdak vond in grotten. De grotten zijn later uitgebreid tot grote rotstempels met fresco's, plafondschilderingen en beelden. De koning bouwde als dank een klooster. Er zijn maar liefst vijf grottempels, waaronder een tempel met een 14 meter lange granieten Boeddha en een grot met een liggende Boeddha. Ook bijzonder: de grot met bijna 60 Boeddhabeelden in allerlei posities, hindoegoden en beelden van twee Sri Lankaanse koningen. Bij het druk versierde plafond met taferelen uit Boeddha's leven weet u niet waar u het eerst moet kijken.
Ella
Ella is puur natuur beleven. Het rustige stadje ligt 1.000 m boven de zeespiegel, verscholen tussen prachtige groene hellingen met theeplantages. De tocht naar Ella is spectaculair. Langs de wegen met haarspeldbochten ziet u pijnbomen en terrasbouw. Onderweg passeert u vele watervallen. Op de bergen boven Ella groeien dichte bossen, op die hoogte groeit geen thee. Het kan hier behoorlijk afkoelen, dus neem iets warms mee. In het stadje Ella zelf is niet veel te doen. U komt hier voor de theeplantages, de rust, de prachtige natuurlijke omgeving en het spectaculaire uitzicht. Vanaf Ella heeft u een weids uitzicht door de diepe Ella kloof tot aan de 100 km verderop gelegen zuidkust. Aan de rechterkant wordt de kloof begrensd door een bergrug, Ella Rock, en aan de linkerkant door de heuvel Little Adam’s Peak. Ga vooral wandelen in de omgeving van Ella langs theeplantages, watervallen en over heuvels. Leer meer over de theecultuur met een bezoek aan een theefabriek.
Galle
Wie trots is op het Nederlands succes op de zeven zeeën en de handelsgeschiedenis van de VOC, die moet naar Galle. Er is hier zoveel Nederlands erfgoed te zien. Door zijn strategische ligging in de zuidwesthoek van het eiland was Galle altijd al een gewilde havenplaats in de tijd van de Portugezen, de Hollanders en de Britten. Galle is vandaag, na Colombo, de belangrijkste havenstad van het eiland. De VOC heeft het fort in de 17e eeuw veroverd van de Portugezen. Op de oude fundamenten werd in 1663 door de Nederlanders een nieuw fort gebouwd met vestingmuren en bastions. In totaal is het massieve fort 36 hectare groot en staat sinds 1988 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Door de kolossale poorten loopt u het fort binnen. Binnen de vestingmuren is de oude stadskern redelijk intact gebleven met koloniale kerkjes, smalle straatjes met lantaarns, scheve in bonte kleuren geverfde huizen met rode dakpannen, binnenplaatsen, zuilen en veranda's. De metersdikke muren boden in 2004 enige bescherming tegen de hoge golven van de tsunami. Rondom het fort zijn veel oude huizen gerestaureerd en omgetoverd tot boutique hotels, cafés en galerieën, vaak met een buitenlandse eigenaar. De bevolking van Galle is grotendeels moslim, afstammelingen van Arabische handelaren uit de 10e tot 14e eeuw. Op de markten in de stad en in de moskeeën ziet u veel moslims. Ga zeker kijken in Church street naar de Groote Kerk, meer dan 200 jaar oud met een sierlijke barokke gevel. Binnen is de vloer geplaveid met oude grafstenen van het kerkhof, zoals in onze Nederlandse kerken. Wie meer wil weten over de gloriedagen van Galle, bezoekt het enige maritieme museum van Sri Lanka. Tegenover de Groote Kerk in een 17e-eeuws pakhuis bevindt zich het Museum voor Archeologie en Marine met veel bootmodellen, opgezette zeedieren en vogels, nautische instrumenten en historische objecten uit de tijd van zeevaarders en vissers. Naast de Groote kerk staat het voormalige New Oriental Hotel, sinds 2005 het vijfsterren Amangalla Hotel. Het gebouw is in 1684 gebouwd als residentie voor de Nederlandse gouverneur. Ga highteaën op het terras en loop binnen over het krakende teakhouten parket. Bekijk de vele antieke voorwerpen, de bibliotheek en de uitgekiende verfijnde details in dit mooi gerestaureerde hotel. In de Leynbaan street staat het Historical Mansion, een gerestaureerd woonhuis uit 1680 met antieke interieurs. Bewonder de binnenplaats met put en keuken en de tentoonstelling met alledaagse voorwerpen uit de 17e eeuw. Eenmaal buiten de vestingmuren waagt u een bezoekje aan de drukke vismarkt van Galle en de overdekte bazaar aan Main street. In deze oude markthal met een authentiek pannendak, gedragen door zuilen, slaat u vers fruit in voor onderweg of koopt u souvenirs voor het thuisfront. Rondom de bazaar heeft u nog meer keuze in de vele winkels.
Horton Plains / World's End
Sta vroeg op voor de bijzondere natuurtocht naar 'Het Einde van de Wereld'! U gaat een kloof van wel 1.000 meter diep en een uniek uitzicht zien. Het is een rit van circa anderhalf uur vanaf Nuwara Eliya naar het Horton Plains National Park. De wandeling op deze hoogvlakte naar de beroemde kloof 'World's End' duurt circa 2 uur, langs dalen, terrasbouw, reuzenvarens en heide. Trek iets warms en waterdichts aan, want op deze hoogte van 2.134 meter op weg naar het ‘Einde van de Wereld’ is het koud. Als u geluk heeft, kijkt u zover als de zuidkust, 80 km verderop. Vaak belemmert nevel dit zicht, die in de vroege ochtend na 9 uur komt opzetten in het dal. Tijdens weekenden kan het hier druk zijn; u bent niet de enige die zo vroeg mogelijk de beste plek wil veroveren voor het geweldige uitzicht. En dan is het wachten op dat magische moment als de zon opkomt en zijn stralen laat vallen in de kloof. Het ‘Einde van de Wereld’ zag er nog nooit zo overweldigend mooi uit.
Jaffna
Jaffna, de stad van de palmyra-palmen, wordt omringd door duinen en zandvlaktes. Op weg naar Jaffna en het gelijknamige schiereiland volgt u de 'Olifantenpas', de naam voor de weg die vroeger daadwerkelijk door olifanten werd gebruikt en die Sri Lanka met het schiereiland Jaffna verbond. De meest noordelijke stad van het eiland, het centrum van de Tamils op Sri Lanka, is rap bezig met de wederopbouw na het einde van de burgeroorlog in 2009. Het stervormige Fort van Jaffna is, na het VOC-fort in Galle, het grootste fort op het eiland. Het fort fungeerde in de burgeroorlog als basis voor het overheidsleger. Restauraties zijn nog gaande en het fort is helaas niet toegankelijk. De Groote Kerk uit 1706 is in de burgeroorlog verwoest, maar de grafstenen op de kerkvloer met namen van Nederlandse ambtenaren zijn nog zichtbaar. De door de Nederlanders gebouwde Maria kathedraal is nog wel intact. Naast veel kerken zijn er natuurlijk de vele uitbundig versierde hindoetempels. De Tamils zijn hindoe en Jaffna is nog altijd het centrum van de Tamil-Hindoe cultuur. Voor de westkust van Jaffna liggen kleine eilandjes in de Jaffna lagune met historische forten. Voor een uniek bezoek gaat u naar Delft. Op het grootste eiland in de zeestraat, Neduntivu, vroeger Delft geheten, vindt u oude dorpjes, mooie stranden, baobab bomen, wilde paarden en VOC fort Delft. Helaas resten er alleen nog ruïnes van het fort. Het vroegere ziekenhuis dat door de Nederlanders, de Portugezen en de Britten werd gebruikt, ligt naast het fort en is in redelijke staat. Er vaart een ferry van Kurikadduwan op Punkudativu eiland naar Delft. Op het eiland Amsterdam, nu Kayts geheten, vindt u het Portugese fort Urundi. Op een kleine rots vlakbij Urundi staat het VOC-fort Hammenhiel: de hiel van de ham (de Nederlanders vergeleken de vorm van Sri Lanka met een beenham). In de muren ziet u veel kalksteen en koraal terug dat volop voor de kusten te vinden was. Het landschap van het schiereiland is bijzonder. Het is er veel droger dan in de rest van Sri Lanka, de zon schijnt vaker en er groeien bijzondere bomen die je hier niet en in Afrika wel verwacht, zoals de baobab. De stranden en de zee zien er meer tropisch uit. Het zand is witter, de palmen hoger en de zee lijkt wel licht te geven. De zee is er, zeker in de Jaffna lagune, erg ondiep. Soms niet meer dan een meter. Dat zorgt met het zand op de zeebodem voor een heel bijzonder soort lichtval.
Deze highlight komt voor bij de volgende rondreizen:
Kalpitiya
Kalpitiya is zowel het schiereiland als het gelijknamige stadje, op zo'n 1,5 uur rijden ten noorden van Negombo. Het ligt aan, hoe toepasselijk, Dutch Bay. De VOC stichtte ook hier een nederzetting met uiteraard een fort en een kerk. Het fort is jammer genoeg behoorlijk verwaarloosd. Het fort en het terrein waarop het ligt, is in beslag genomen door de marine van Sri Lanka. Als u vriendelijk vraagt om een bezichtiging, dan is de kans groot dat u mag kijken. Ondergrondse tunnels leiden naar het achterland en naar de kerk. De kerk is niet gerestaureerd en vooral de Nederlandse graven op het naastgelegen kerkhof zijn interessant. Altijd bijzonder om waar ook ter wereld Nederlandse namen op grafstenen te zien. Reizigers komen vooral voor de dolfijnen. Met name van november t/m maart zijn er soms wel honderden. Kalpitiya is ook een mekka voor kitesurfers. Kenners vinden dit de beste kitesurfplek in Zuid-Azië. Rond de eilandjes voor de kust liggen aantrekkelijke riffen. Duiken is na kitesurfen de belangrijkste activiteit.
Deze highlight komt voor bij de volgende rondreizen:
Kandy
Midden in het hart van Sri Lanka ligt Kandy: het culturele, religieuze en spirituele centrum van het eiland. Kandy ligt tussen groene theeheuvels, sawa's en loofbossen. De oude koningsstad staat sinds 1988 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Dankzij de hoogte van 500 m, omringd door bergen, heeft Kandy een aangenaam, wat koeler, klimaat. Kandy is na Colombo de grootste stad van het eiland, maar het voelt als een groot dorp met veel koloniaal erfgoed, culturele monumenten en parken. Kandy herbergt de grootste schat van het boeddhisme: een tand van de verlichte Boeddha. Wie de tand bezit, heerst over het eiland; zo geloofde men altijd. Voor boeddhisten is de stad en dan vooral de Dalida Maligawa, de tempel met de Tand van Boeddha, een plaats waar zij als pelgrim minstens één keer in hun leven naar toe moeten. De tempel van de Tand ligt aan het meer van Kandy. De tempel wordt het gehele jaar volop bezocht door zowel pelgrims als toeristen uit alle windstreken. Bizar genoeg krijgt niemand de Tand te zien. Zelfs tijdens het Esala Perahera festival (in juli of augustus, volgens de maankalender) wanneer de Tand in een processie van 3 uur op een olifant door de straten van Kandy wordt geparadeerd, blijft dit belangrijke relikwie verborgen voor de blikken van gewone stervelingen. Er wordt gefluisterd dat het slechts een kopie van de Tand is die wordt rondgedragen. Dat mag de pret niet drukken: de Esala Perahera is het belangrijkste religieuze feest van het jaar met een kleurrijke versierde parade vol (vuur)dansers, acrobaten, trommelaars, fluitspelers, olifanten verlicht met lampjes en opzwepende muziek. De Maligawa Tusker, de weelderig versierde, belangrijkste olifant met imposante slagtanden, draagt de gouden schrijn op zijn rug met hierin de heilige Tand. De olifanten lopen over een witte loper in de straten van Kandy en gelovige omstanders buigen voor de olifanten. Het festival duurt in totaal elf dagen en iedere dag zijn de processies spectaculairder, vooral op de laatste dag bij volle maan. Wees er op tijd bij; hotels in Kandy zijn al lang van tevoren volgeboekt.
Vlakbij Kandy ligt de beroemde botanische tuin van Peradeniya. Dit park van 60 hectare werd al in de 14e eeuw aangelegd en telt meer dan 5.000 plantensoorten, zoals verschillende palmen, rubberbomen, bamboesoorten, orchideeën, lotusvijvers en kruiden. Leer meer over de geschiedenis van de theecultuur in de Hanthana theefabriek uit 1925, nu een museum vlakbij Kandy. Ontvlucht de stad in het nabije vogelreservaat van Udawattekele iets ten noorden van Kandy. In dit oerwoudachtige natuurpark gelegen aan een meer maakt u mooie wandelingen in de koele schaduw van het hoge bladerdak. In Pinnawela iets ten westen van Kandy ziet u olifanten badderen in de Maha Oya rivier. Het nabije olifantenweeshuis is een geliefde, drukbezochte attractie. Als het baddertijd is, worden de olifanten in optocht door de hoofdstraat naar de rivier gedreven. Terug in Kandy in het Nationale Museum ziet u een collectie van keramiek, textiel, sieraden, wapens en vele manuscripten op palmblad uit de periode van het laatste Kandy-koninkrijk (1700-1815). Het was dit laatste rijk dat zich, door zijn geïsoleerde ligging in het bergland, de koloniale indringers van het lijf wist te houden. Pas in 1815 namen de Britten de laatste koning gevangen en was de totale onderwerping van het eiland een feit.
Kataragama
Kataragama is 10 maanden per jaar, afgezien van de tijd van volle maan, een wat slaperig stadje met veel te grote tempelterreinen. Maar in juli en augustus verandert alles. Dan is Kataragama het toneel van het Kataragama festival. Samen met Adam's Peak is Kataragama de belangrijkste pelgrimsplaats van Sri Lanka voor zowel hindoes, moslims als boeddhisten. Dit is de plek om de meest bizarre uitingen van religieuze uitingen te zien in Sri Lanka. Het jaarlijkse festival valt samen met de Pada Yatra pelgrimstocht. Deze 45 dagen durende tocht begint in Jaffna, volgt de oostkust van het eiland via Trincomalee en Batticaloa naar Okanda en via Yala National Park naar Kataragama. Bij aankomst nadert het festival z'n hoogtepunt. Olifanten paraderen en de trommels slaan. Deelnemers tonen hun toewijding aan hun goden door bizarre vormen van boetedoening en zelfkastijding. Ze slingeren rond aan haken die door hun huid gaan en anderen rollen halfnaakt door heet zand bij de tempels. Slechts enkelen lopen over roodgloeiende stenen na een periode van vasten, mediteren, bidden en een ritueel bad in de Menik rivier. De toekijkende menigte schreeuwt luide aanmoedigingen en de deelnemers kunnen rekenen op veel respect.
Mannar Island
Tot het einde van de 19e eeuw was Mannar Island een rijke regio. Het schiereiland was wereldberoemd vanwege de parelvisserij. Antieke Griekse en Romeinse bronnen maken melding van de bijzondere kwaliteiten van de parels van Mannar Island. Ook Marco Polo, Chinese monniken en Arabische zeevaarders waren onder de indruk. Onder Brits bewind kwam er begin vorige eeuw door overbevissing een einde aan een meer dan 2000 jaar oude traditie. Nu is Mannar Island de armste regio van Sri Lanka. Het landschap is ook heel anders dan elders op Sri Lanka. Het grootste deel van het jaar is het er erg droog. Geen uitbundige vegetatie, maar wel veel palmen, en heel bijzonder voor dit deel van de wereld: baobab bomen. Van de grootste, met een omvang van bijna 20 meter, wordt aangenomen dat hij meer dan 700 jaar oud is. De baobab bomen zijn exoten, komen uit Afrika, en zaden zijn waarschijnlijk meegenomen en gepland door de Arabieren. Ook de Portugezen en de Nederlanders wilden hun deel van de rijkdom. Uiteraard bouwden ze een fort. Eerst de Portugezen in 1560 en honderd jaar later namen de Nederlanders het fort over. Ze bouwden het uit en voegden andere gebouwen toe. Weer honderd jaar later namen de Britten het fort in bezit. Er is best nog het nodige te zien, maar er is niets gerestaureerd. Er ligt maar 30 km zee tussen Mannar Island en India. Hier ligt Adam's Bridge, een serie riffen, zandbanken en eilandjes die het Indiase subcontinent scheidt van Sri Lanka. In het Ramayana epos waren dit de stapstenen die de aap-koning Hanuman gebruikte in zijn poging Rama's vrouw te redden uit de klauwen van de duivelse koning van Lanka. Tot 1990 was er een ferry verbinding met India. De burgeroorlog veranderde alles. Mannar Island werd een frontlinie in die oorlog. Nu is het wachten op een herstel van die verbinding.
Deze highlight komt voor bij de volgende rondreizen:
Mihintale
De wieg van het Sri Lankese boeddhisme ligt in de tempel van Mihintale, niet ver van Anaradhapura, hoog op een bergkam gelegen met schitterende vergezichten. Via een trap met 1.840 treden bereikt u samen met pelgrims en andere gelovigen het boeddhistische heiligdom. Volgens de legende zou koning Tissa zich in ca 250 v. Chr. door de monnik Mahinda, zoon van de Indiase keizer Ashoka, hebben laten bekeren tot het boeddhisme. Uit dankbaarheid liet de koning een klooster bouwen. Wat over is van het klooster, is nu de tempel van Mihintale. Mihintale bestaat uit meerdere dagoba's verspreid over plateau's en een bergtop. Op een hoge rots ziet u een wit beeld van een enorme mediterende Boeddha. Wie durft, beklimt een steile rots via trappen en ladders naar de dagoba van Mahaseya. Vanaf hier heeft u een prachtig panorama op de omgeving, de weidse vlaktes, de stuwmeren en het silhouet van de Ruvanveilseya dagoba in Anuradhapura.
Negombo
Negombo is één van de grootste badplaatsen aan de westkust van Sri Lanka, van origine een achteraf vissersdorpje. Het ontwikkelde zich al in de jaren 80 tot een levendige badplaats met veel grote hotels, restaurants en bars. Negombo heeft een strategische ligging: slechts zes km rijden vanaf de nationale luchthaven. Geen wonder dat de meeste bezoekers Colombo links laten liggen en direct na landing rechtsaf slaan naar strandbestemming Negombo. Door zijn ligging is Negombo een ideaal start-of eindpunt van de reis. Iets buiten Negombo beginnen de lange zandstranden. Het zijn niet de mooiste stranden van het eiland, maar zo vlakbij Colombo en de luchthaven is het ideaal voor een strandverblijf aan het begin of eind van uw reis. U deelt het strand met de vissers en hun traditionele vissersboten. 's Ochtends worden deze aan land getrokken en wordt de vangst meteen op het strand in kraampjes verhandeld. Leuk om ’s ochtends vroeg de vismarkt te bezoeken, waar vis wordt geveild en de plaatselijke bevolking vis koopt. De vissers van Negombo varen nog in zogenaamde 'oruwa', boten met een smalle houten romp en rechthoekige zeilen, gehouwen uit boomstammen met een oplopende voor- en achtersteven. Negombo wordt ook wel 'Little Rome' genoemd, vanwege de vele (katholieke) kerken. Bijna 90% van de inwoners is katholiek, een overblijfsel van de Portugese missie. Negombo ligt in een lagune met uitgestrekte mangrovebossen en palmbomen. In de regio ten noorden van Negombo groeit veel kaneel. Al in de koloniale tijd was Negombo een belangrijke plaats voor de handel in kaneel, die over een ruim 100 km lang Hollands kanaal werd aangevoerd. In het centrum van Negombo zijn resten van een oud Nederlands fort te zien. Wie langer de tijd heeft, bezoekt het nabije Wilpattu nationale park om luipaarden en olifanten te spotten. In het uiterste noorden van schiereiland Kalpitiya zijn nog sporen uit het VOC verleden te zien: de Sint Petruskerk en een klein fort uit 1670.
Minneriya en Kaudulla National Park
Beide parken zijn relatief klein en liggen rond een 'tank'. Een 'tank' is onderdeel van het meer dan 2500 jaar oude irrigatiesysteem van Sri Lanka. Overal in het midden en noorden van het land zie je 'tanks'. Het zijn door mensen gegraven meren of vijvers. De 'tanks' oefenen grote aantrekkingskracht uit op olifanten. Beide parken staan bekend om de enorme aantallen olifanten, soms wel meer dan 200, die in de parken rondlopen. Minnerya is het toneel van 'The Gathering'. Dit unieke schouwspel speelt in augustus en september. Elk jaar komen 200 en soms meer olifanten naar een specifieke plek in Minnerya. Oorspronkelijk dacht men dat ze gedreven werden door dorst, op zoek naar water. Recent heeft men ontdekt dat de olifanten weten dat als het waterpeil van de 'tank' zakt, er op de drooggevallen modderige bodem nieuw gras groeit. Van heinde en verre komen de olifanten om zich tegoed te doen aan dat super malse gras. Jammer genoeg staat 'The Gathering' onder druk, omdat de autoriteiten het waterpeil in de 'tank' hooghouden. Er zijn wel veel olifanten die wat beteuterd rondlopen, omdat er geen mals gras groeit. Met veel geluk kunt u ook een luipaard spotten. Beide parken bezoekt u vanuit Polonnaruwa, Habarana of Sigirya. De beste tijd voor Minnerya is van mei t/m september, hoewel er het hele jaar door veel olifanten rondlopen. Beste tijd voor Kaudulla is oktober t/m maart.
Sinharaja Rainforest National park
Voor het laatste stukje tropisch regenwoud van Sri Lanka moet u naar het zuidwesten van het eiland. Hier vindt u het unieke Sinharaja Rainforest National Park. Dit laatste stukje ongerept regenwoud is zo'n 12.000 hectare groot en staat sinds 1988 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Vanwege zijn biodiversiteit is het zeker een bezoek waard. Het regenwoud doet zijn naam eer aan; het regent hier het hele jaar door op het dichte bladerdak. De beste en droogste periode om Sinharaja te bezoeken is van de maanden februari tot april en in de maanden augustus en september. In deze periodes regent het alleen in de middag. Het park is een waar paradijs voor vogelliefhebbers. Volgens kenners zijn er hier bijna 150 inheemse vogelsoorten te zien. Er zijn ook slangen, hagedissen, eekhoorns, zwijnen, apen en vlinders zo groot als uw hand te zien in het park. Wilde dieren, zoals olifanten of luipaarden, laten zich amper zien in Sinharaja. Zij leven vooral in het oostelijk deel van het park. Een eenvoudige wandeling met een gids vanaf de noordelijke hoofdingang in Kudawa van circa 5 km duurt ongeveer 3 uur. Voor een echte jungle ervaring moet u overwegen een ééndaagse jeeptocht te maken dieper het woud in.
Udawalawe National Park
In het Udawalawe park spelen olifanten de hoofdrol. U kunt ze niet missen. Naast olifanten is er een grote kans dat u wilde buffels, krokodillen en herten gaat zien. Zeker de moeite waard is een bezoek aan het Elephant Transit home, een olifantenweeshuis. Hier worden olifanten opgevangen die in de steek zijn gelaten door hun moeder of de kudde. In het opvanghuis worden de dieren voorbereid op een bestaan terug in de vrije natuur. Om die reden mogen bezoekers de dieren niet wassen; ze zouden te veel aan mensen gaan wennen. Er is één olifant die voorgoed in dit weeshuis blijft: hij is door een bermbom gewond geraakt en loopt rond met een prothese. Een leven in de jungle is voor deze dikhuid bijzonder moeilijk. Rond 2 uur 's middags worden de dieren gevoederd, altijd een prachtig gezicht.
Deze highlight komt voor bij de volgende rondreizen:
Wilpattu National Park
Wilpattu National Park is het grootste van de Nationale Parken van Sri Lanka en tegelijkertijd het minst bekend. Het ligt ten noorden van Colombo aan de oostkust. Wilpattu betekent 'natuurlijk meer' in het Singhalees en '10 meren' in het Tamil. Meren zijn dus het kenmerk van Wilpattu. Door z'n onbekendheid zijn er weinig bezoekers. Anders dan in de populaire parken rijden er maar een handvol safari voertuigen tegelijkertijd door het park op zoek naar wild. De kans om olifanten te spotten is minder groot dan elders. Er zijn luipaarden, maar niet in dezelfde aantallen als bv. Yala. Voor vogelliefhebbers is Wilpattu een ideaal Nationaal Park. Wilpattu bezoekt u vanuit Kalpitiya of vanuit Anuradhapura. Voor een ochtendsafari met de meeste kans om wilde dieren te zien, is Anuradhapura de beste startplaats.
Yala National Park
Yala National park ligt in het zuidoosten van het eiland en is de beste plek om olifanten, krokodillen en vooral luipaarden te spotten. Een bezoek aan dit wildpark is één van de hoogtepunten van uw rondreis. We geven natuurlijk nooit garantie, maar er is grote kans dat u hier wilde olifanten en misschien een luipaard gaat zien. Al sinds 1899 is dit 127.000 hectare grote park beschermd gebied. Het park is het meest bezochte en op één na grootste nationale park van het eiland. Yala is vrij droog d.w.z. er valt minder regen dan in de rest van Sri Lanka. Het bestaat uit bossen, lagunes en savannelandschap met lage begroeiing. Dicht bij de kust zijn moerassen die van water worden voorzien door twee rivieren. Hier leven ook waterbuffels, herten, wilde zwijnen, krokodillen en allerlei soorten vogels, zoals pauwen en neushoornvogels. In Yala is slechts een deel toegankelijk voor safari's. U bezoekt het park per jeep met een ranger. In colonne wordt u in de jeep door de steppes gereden, vaak met andere jeeps, langs water waar dieren samenkomen om te drinken. Olifanten willen nog wel eens vlak langs de weg opduiken vanuit het dichte struikgewas of kreupelhout. Stap niet uit de jeep voor een foto, want deze olifanten zijn niet tam. Voor het spotten van de luipaarden brengt de ranger u naar hun favoriete schaduwplekken, vaak onder bomen en bij rotsplateaus.
Nuwara Eliya
Unieker wordt het niet, maar u moet ervan houden; midden op een tropisch eiland belandt u in een 19e-eeuwse tijdcapsule. In hillstation Nuwara Eliya (spreek uit: Nurelia) wordt u overspoeld door Brits-koloniale nostalgie. Dit was ooit het zomerverblijf van de Britten, hier aan de voet van de hoogste berg van het land, de Pidurutagala (2.524 m.). De vochtige hitte van het laagland werd ingeruild voor de vochtige koelte van het hoogland. De reis vanaf Ella naar het op 1860 meter hoogte gelegen Nuwara Eliya is spectaculair. Dit wordt vast uw mooiste tocht op Sri Lanka; u betreedt het “Zwitserland” van Sri Lanka. De weg gaat steil omhoog met veel haarspeldbochten. Tegen de hellingen ziet u vele theestruiken op de bergachtige heuvelruggen verdwijnen in mysterieuze nevels. En dan ziet u Nuwara Eliya opdoemen door de mistflarden en de motregen. Het is geen wonder dat de Britten zich hier thuis voelden. Het landschap boven de wolken deed hen vast met weemoed denken aan thuis: kale bergen, in nevel gehulde wouden, regelmatig motregen en gematigde temperaturen. Overal in Nuwara Eliya ziet u de Engelse invloeden van vroeger terug, alsof de tijd heeft stilgestaan. Victoriaanse gebouwen, zoals het prachtige postkantoor, de klokkentoren, de kerk, het Grand Hotel en de huizen in oud-Engelse stijl. In het Victoria Park is een golfbaan. Elk jaar in april vinden hier zelfs nog, hoe Brits, paardenrennen plaats op de renbaan. Nuwara Eliya is het centrum van de theecultuur: overal vindt u theeplantages, theefabrieken en theemusea. Een theefabriek is zelfs omgebouwd tot een hotel. De Sri Lankanen die hier wonen en werken, pakken zich goed in met dikke sjaals en mutsen. Neem ook een trui mee, want het kan behoorlijk koud worden, zeker 's avonds. Neem 's avonds plaats in het chique restaurant van de Hill Club voor een wildschotel bij kaarslicht en na afloop een stevig digestief bij het open haardvuur in het Grand Hotel. Als u over een paar dagen aan het tropische strand ligt, kunt u zich het enorme contrast met Nuwara Eliya pas echt goed voorstellen.
Polonnaruwa
Polonnaruwa is een verlaten overwoekerde ruïnestad; het Angkor Wat van Sri Lanka. Het was ooit de hoofdstad van het koninkrijk in de 11e en 12e eeuw als opvolger van Anuradhapura. Koning Parakramabahu regeerde van 1153 tot 1186 en bouwde grootse tempels, paleizen, standbeelden, kanalen en stuwmeren. De stad zelf ligt aan de “Zee van Parakrama”, een groot kunstmatig meer. Begin 13e eeuw werd het koninkrijk bedreigd door Tamilheersers uit Zuid-India en verlieten vorst en inwoners uit vrije wil de stad om elders een nieuwe hoofdstad op te bouwen. De jungle overwoekerde de monumenten, waardoor deze relatief goed bewaard zijn gebleven. Polonnaruwa voelt totaal anders aan dan Anuradhapura, omdat deze plaats geen religieuze functie heeft. Er wordt niet geofferd in de tempels en de ruïnes. Polonnaruwa is geen bedevaartsoord, maar de prachtige ruïnes, omheind in de “Ruïnestad Polonnaruwa”, zijn absoluut de moeite waard voor een bezoek. In de 19e eeuw zijn deze monumenten herontdekt door Britse archeologen en gerestaureerd. De historische stad staat sinds 1982 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Absoluut hoogtepunt is de rotsschrijn Gal Vihara met het beeld van de Liggende Boeddha. De vier kolossale beelden, in de 12e eeuw uit de granieten rotsen gehouwen, zijn van een schoonheid die indruk maakt. Eén van die vier beelden is de 14 meter lange Liggende Boeddha. Misschien denkt u eerder aan een slapende Boeddha, maar hij slaapt niet. Hij bereikt de verlichting en gaat over naar het nirvana. Volgens kenners is dit te zien aan de positie van de voeten van Boeddha en aan de voetzolen, versierd met lotusbloemen. In de oude citadel bezoekt u de ruïnes van het paleis van koning Parakramabahu. Het bakstenen complex telde ooit zeven verdiepingen en 1000 kamers. Nu ziet u ruïnes van twee verdiepingen en de fundamenten en de vloeren van het paleis.
Sigiriya
Bij uw eerste blik op Sigiriya voelt het als een wonderlijk sprookje: een paleis bovenop een 200 meter hoge imponerende roestbruine granietrots midden in een vlakte van sawa's en oerwoud. Dat is Sigiriya, ook wel bekend als de Leeuwenberg (Siha Giri). Volgens de overlevering heeft koning Kasyapa in de 5e eeuw bovenop deze rots zijn paleis gebouwd. Hij was op de vlucht voor zijn halfbroer, nadat hij in Anuradhapura zijn vader, vorst Dhatusena, had vermoord. Kasyapa bleef 11 jaar in alle veiligheid, comfort en luxe (er zou zelfs een zwembad zijn geweest bovenop de rots) in zijn paleis hoog op de rots wonen. Uiteindelijk ontkwam hij niet aan zijn straf: door de hand van zijn halfbroer kwam hij om het leven in 495. Van de 10e tot de 14e eeuw werd de rots als klooster gebruikt. Het weidse uitzicht vanaf de 200 meter hoge rots is fenomenaal! Daar moet u wel wat voor doen; het is een pittige klim van dik een uur over 1.860 treden, tussen dikke bakstenen muren met hier en daar een platform waar u op adem kunt komen. U moet geen hoogtevrees hebben en geen slippers en nette kleding dragen. Draag beter ook geen korte rokjes, want op sommige plaatsen gaat de klim recht omhoog over wenteltrappen. Het beste tijdstip is 's morgens vroeg of later in de middag. Onderweg passeert u een lange rotswand met historische en hedendaagse graffiti van bezoekers. Na de Cobrarots met geelrode fresco’s loopt u over een smalle trap naar de vroegere audiëntiezaal. Geniet hier van het uitzichtpunt. De klim gaat nog verder over stenen trappen met ijzeren leuningen. Neemt u de tijd voor de galerij met de beroemde fresco’s van jonge vrouwen met ontblote boezem, ook bekend als de 'Wolkenmeisjes van Sigiriya'. Men is het er niet over eens wie afgebeeld zijn. De meer dan 20 mooi gerestaureerde rots fresco’s zouden boeddhistische godinnen, hofdames, concubines van de koning of 'apsaras', vliegende half goddelijke nimfen, zoals die ook te zien zijn in de reliëfs van Angkor Wat in Cambodja, voorstellen. Hierna volgt een laatste steile klim voorbij de twee reusachtige leeuwenklauwen, voordat u de top bereikt. Voor u liggen de restanten van het paleis van koning Kasyapa: een stenen troon, een wateropvang bekken (dat soms voor zwembad wordt aangezien) en enkele muren. Het uitzicht rondom op jungle, meren en sawa's is geweldig. Aan de voet van de rots zijn later koninklijke lusttuinen aangelegd met symmetrische lotusvijvers, grachten, paden en paviljoens.
Stranden oostkust
De mooiste en meest ongerepte stranden liggen aan de oostkust van Sri Lanka. Brede vlakke, witte zandstranden en azuurblauw zeewater, omzoomd door een smaragdgroene gordel van palmbomen. Er is een rustige branding hier en op sommige plaatsen zijn er koraalriffen vlak bij de kust. De oostkust heeft weinig inwoners; er zijn een paar stadjes en enkele vissersdorpen. Al in de jaren 70 kwamen strandliefhebbers naar dit deel van Sri Lanka, totdat de burgeroorlog in de jaren 80 een eind maakte aan het toerisme. Sinds er een eind kwam aan de burgeroorlog in 2009 gaan de ontwikkelingen aan de oostkust in rap tempo. Plannen voor resorthotels worden nieuw leven ingeblazen en wegen worden verbeterd. De prachtige oostkust is met een inhaalslag bezig. De beste periode om aan de oostkust te verblijven is van mei tot en met september.
Arugam Bay
Arugam Bay, ook wel afgekort A-Bay, is een schitterende ongerepte baai in de vorm van een sikkel met bijna 2 kilometer heerlijke lange zachte zandstranden. Er zijn mooie strandhotels en restaurants met zeezicht. Arugam Bay ligt aan de zuidoostkust van Sri Lanka en voelt heel anders dan de populaire strandoorden aan de “Golden” westkust van het eiland. Misschien komt dat wel door de afgelegen ligging, de lokale bevolking van hindoe Tamils en moslims, de 330 dagen zonneschijn per jaar en de lichtere regenval in dit deel van het eiland. De zee en zijn branding lokken vooral avontuurlijke surfers naar Arugam Bay. Ook als u niet surft, is het hier heerlijk relaxen aan zee. En er zijn nog meer redenen om in Arugam Bay neer te strijken; het is een goed startpunt om safari's te maken in het nabije Yala Oost National Park. In de winter zijn er hier veel trekvogels te spotten, naast de beren, olifanten en als u veel geluk heeft, luipaarden. In het Kudumbigala Panama Sanctuary, 12 km ten zuiden van A-Bay, ligt Crocodile Lake. In dit meer ziet u op veilige afstand de vele krokodillen in het meer en omliggende moerassen. Iets ten noorden van A-Bay ligt het stadje Pottuvil, bekend vanwege zijn duinen, surfbranding en de 2.000 jaar oude ruïnes van Muhudhu Maha Vihara, een boeddhistische tempel gebouwd door koning Kavan Tissa van het koninkrijk Ruhuna. Tussen de ruïnes zijn redelijk intacte standbeelden en stupa's te zien.
Kalkudah Bay
Niet ver van Passekudah ligt de uitgestrekte baai van Kalkudah met mooie zandstranden. Het zal u opvallen dat er hier veel kerken zijn aan zee. Tijdens de tsunami van 2004 wisten veel mensen te ontkomen aan de vloedgolven door te schuilen in deze kerken. In en rond Kalkudah wordt nog veel gewerkt aan de infrastructuur. Het zal niet lang duren of ook hier komen meer hotels aan de baai.
Nilaveli
Het strand van Nilaveli is ideaal voor ouders met kinderen omdat het vlak afloopt, een rustige branding heeft en zo breed is als een voetbalveld. 15 km ten noorden van Trincomalee vindt u dit brede lange strand. Het Nilaveli Palm Beach Hotel heeft een restaurant en bar, waar u heerlijke krabcurry en kreeft kunt lunchen. Op 10 minuten varen uit de kust ligt Pigeon island. Het is hier prachtig snorkelen bij koraalriffen.
Passekudah Bay
30 km ten noorden van Batticaloa ligt de baai van Passekudah met prachtige uitgestrekte witte zandstranden. Hier komt u heerlijk tot rust. Het is genieten van de mooie onderwereldwereld. Nadat de burgeroorlog ten einde kwam in 2009 en de schade van de tsunami van 2004 is verwerkt, is het strand van Passekudah nu een prachtige bestemming geworden. Het eerste vijfsterrenhotel is al een feit.
Uppuveli
6 km. ten noorden van Trincomalee ligt Uppuveli, een ongerept relatief stil en verlaten strand. U komt hooguit wat vissers tegen en badgasten van de een groeiend aantal hotels aan de kust. Zoals het Palm Beach Hotel waar ze een prima lunch en uitstekende Italiaanse koffie serveren. De eigenaren zijn dan ook Italiaans. Maar de ontwikkelingen gaan snel. Ook hier wordt het drukker.
Stranden westkust
De westkust van Sri Lanka strekt zich vanaf Colombo uit tot aan Galle. Het is de 'Goldcoast' van Sri Lanka: de brede lange zandstranden, de Indische oceaan met zijn vele tinten turquoise, de palmbomen en het enorm aanbod aan strandhotels. De eindeloze kusten zijn al eeuwen het domein van vissers met hun vele gekleurde bootjes.
Bentota
De stranden bij Bentota zijn kilometers lang en horen eigenlijk bij 3 stadjes: Bentota, Beruwala en Aluthgama. Door de groei van het toerisme zijn ze aan elkaar gegroeid tot een grote badplaats. Richting het zuiden bij Kosgoda vindt u (commerciële) zeeschildpaddenkwekerijen, vaak voor toeristen.
Hikkaduwa
De mooie zandstranden van Hikkaduwa trekken een gemêleerde schare aan liefhebbers: hippies en surfers, oudere Europese toeristen en vakantiegangers uit de nabije all-in strandresorts. Hikkaduwa was ooit een hippiekolonie, nu biedt het strand met zijn vele cafés en restaurants voor ieder wat wils. Voor de kust van Hikkaduwa zijn nog koraalriffen met tropische vissen, al staat het koraal onder druk door het toerisme. Meer naar het zuiden worden de stranden breder en rustiger. Vissers nemen hier het strand over.
Kalutara
Kalutara heeft niet alleen heerlijke goudgele zandstranden en weelderige palmbomen. Vlakbij het stadje staat een grote witte dagoba genaamd Gangatilaka Vihara. Deze tempel is van verre te zien en wordt door boeddhistische pelgrims uit heel Sri Lanka bezocht. Kalutara ligt aan de rivier de Kalu Ganga en staat bekend om zijn zoete mango's. Bent u hier in de zomer, dan is de tijd rijp: de vruchten worden tussen mei en augustus geoogst. Tijdens de VOC-tijd was Kalutara vanwege zijn strategische ligging aan de riviermonding belangrijk voor de Hollanders, mede door de aanvoer van kaneel.
Stranden zuidkust en zuidwestkust
Van de havenstad Galle tot aan Tangalle langs de zuidelijke kust liggen enkele van de mooiste stranden van Sri Lanka. Verscholen liggen kleine baaien en kleine zandstranden met kokospalmen, afgewisseld met rotsige kusten. In de kuststrook met rotsen zult u de typische Sri Lankaanse paalvissers, ook wel steltvissers, voor het eerst zien. Tussen de rotsen plaatsen de lokale vissers een stevige paal. Aan die paal is halverwege een klein dun plankje bevestigd, bedoeld voor de visser om op te gaan zitten en dan vissen met een bamboe of een werphengel. Als u in de vroege ochtend of laat in de middag aan de kust gaat kijken, heeft u een redelijke kans om de paalvissers te zien. Zij vissen niet met een net, omdat de netten de vissen alleen maar zouden verjagen. De vissers wachten geduldig af tot de vissen naar hen toekomen. Deze traditionele manier van vissen is vermoeiend, want de vissers moeten op de smalle stelten hun evenwicht zien te behouden. Ze houden het dan ook maar een paar uur per dag vol. Het beroep van paalvisser sterft helaas uit. Voor de toeristen met camera's willen enkele vrijwilligers, in ruil voor een fooi, de stelt wel beklimmen en geduldig poseren.
Koggala
Verder naar het oosten ligt het rustige strand van Koggala. Het mooie strand is bij uitstek geschikt voor kinderen, omdat het vlak afloopt naar zee met een rustige branding. Koggala is bekend om zijn paalvissers die hier zittend op een houten stelt in de Indische oceaan vis vangen. In Koggala staat het 200 jaar oude koloniale huis van de Sri Lankaanse schrijver Wickramasinghe, nu een Volksmuseum met een bonte collectie antieke voorwerpen, traditionele marionetten, maskers, sieraden, kostuums, aardewerk, koetsen en nog veel meer.
Tangalle
De badplaats Tangalle biedt oneindig lange, brede stranden omzoomd door dichte palmbossen. Er zijn kleine baaien met steile rotswanden verborgen rondom Tangalle. Er zijn veel nieuwe hotels in en rond Tangalle bijgekomen op de rustigste en meest idyllische plekken aan zee. Tangalle zelf is een klein visserstadje. Wie nieuwsgierig is naar de verse dagvangst uit zee, die gaat 's ochtends vroeg kijken als de vissersboten terugkeren van zee. De vangst wordt meteen verkocht op het strand: makrelen, tonijnen, marlijnen, roggen en soms ook haaien en dolfijnen.
Unawatuna
Unawatuna was ooit een hippieparadijs. De stranden van Unawatuna liggen in een sikkelvormige baai met palmbomen en wit zand. Ze zijn zo idyllisch dat elke bezoeker dit paradijselijke plekje voor zichzelf wil houden. Gelukkig voor u is Unawatuna te mooi om geheim te blijven. De tsunami in 2004 richtte ook hier schade aan en dat was een onverwachte kans voor de overheid. De overheid wilde al langer de wildgroei aan hotels, bars en andere rommelige bebouwing aan het strand en de baai aanpakken. Nu vindt u hotels en guesthouses van een betere standaard aan beide kanten van de strandweg. Er liggen ook mooie hotels op de heuvels in het bos achter het strand. Klim verder de heuvel op ten westen van de betoverend mooie baai tot u bij een witte dagoba komt, een boeddhistische stupa, die de heuveltop siert.
Trincomalee
Op weg naar de oostkust van Sri Lanka is de eerste kustplaats die u aandoet de havenstad Trincomalee. De natuurlijke haven is één van de mooiste van de wereld. De stad was daardoor erg in trek. Liefst 7 keer viel de stad in handen van steeds andere buitenlandse handelsnaties. Onder hen natuurlijk ook de Hollanders. De stad is een goed startpunt om naar de stranden ten noorden van Trincomalee te gaan, zoals Nilaveli en Uppuveli. Ook als u niet van het strand houdt, heeft Trincomalee veel te bieden. De grootste hindoeïstische tempel van het eiland staat hier. Voor de Tamils, die het hindoe geloof aanhangen, is Trincomalee daarom een belangrijke pelgrimsbestemming. De Koneswaram tempel ligt hoog boven de zee op Swami Rock aan de Dutch Bay en stamt uit 1960. In de tempel mag u zeker de 'lingam', het fallussymbool van Shiva, de god aan wie de tempel gewijd is, niet missen. Deze 'lingam' en een aantal andere antieke beelden zijn door duikers uit zee geborgen. Op dezelfde plaats stond ooit een veel oudere hindoetempel, die door de Portugezen in 1624 is vernield. De oude tempel en al zijn “heidense” beelden zijn toen in zee gegooid. De Hollanders hebben ook hier hun sporen nagelaten; het massieve Nederlandse fort Frederick is na al die eeuwen nog steeds in gebruik, nu door het Sri Lankaanse leger. De Swami rots waar de hindoetempel staat, heeft als bijnaam: Lover's Leap, de Sprong van de Geliefde. Volgens de legende zou de dochter van een Nederlandse officier uit liefdesverdriet hier in zee gesprongen zijn. Nu is de rots de beste plek in de wereld om blauwe vinvissen te zien. De beste tijd daarvoor is van februari tot november.
Blijf op de hoogte van aanbiedingen en acties

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Informatie over HelloBeautifulWorld

HelloBeautifulWorld is jong, ambitieus en dynamisch. Ook al zijn we jong, we hebben tientallen jaren reiservaring. Zowel professioneel als privé. Professionele ervaring in leidende posities o.a. bij grote (inter)nationale reisbedrijven. Onze privé reiservaring beslaat enkele decennia, en gaat over alle continenten. We weten wat er in de wereld te koop is. We weten waar u wilt zijn. En weet u het zelf nog niet, dan hebben wij het voor u bedacht. Liefde voor reizen is wat ons drijft. Reizen verrijkt je leven. HelloBeautifulWorld ziet reizen als de vervulling van een primaire levensbehoefte; pure nieuwsgierigheid naar wat er achter de horizon verborgen ligt. We zetten onze reiservaring in, en onze liefde voor reizen, om voor u de meest optimale rondreis samen te stellen. Rondreizen die u in staat stellen zorgeloos te genieten van wat achter de horizon verborgen ligt. Rondreizen die u desgewenst kunt 'tunen' op uw persoonlijke wensen. Betrouwbaar: we zijn aangesloten bij de branche organisatie ANVR. We zijn lid van de SGR, de Stichting Garantiefonds Reisgelden en van het Calamiteitenfonds.
Kunnen wij u helpen?